Binnen enkele dagen zijn er de feesten van Allerheiligen en Allerzielen.

 

We willen op deze bijzondere dagen in de kerk de doden gedenken. Dit moet nu wel heel sprekend zijn. Zovelen hebben in die voorbije tijd op geen normale wijze afscheid kunnen nemen van hun geliefden. Uitvaartvieringen moesten doorgaan in intieme kring. Slechts een beperkt aantal mensen mocht aanwezig zijn. In de striktste tijd van beperkingen een tiental. Families moesten kiezen tussen hun eigen mensen. Zoveel goede vrienden moesten achteraf verwittigd worden om te voorkomen dat men met teveel zou zijn. Velen zegden: ‘Later zullen we dan een normale uitvaartviering houden, maar op een dergelijke uitstel zal een afstel volgen’. Zijn er nu al meer mogelijkheden dan maanden terug, of wordt dat een nieuw normaal?

In de verschillende kerken willen we op passende wijze Allerzielen vieren. De kruisjes met de namen van wie in het voorbije jaar in de kerk begraven werden, worden in het midden gebracht. We willen hun namen gedenken. Het is een teder moment in het lange proces van afscheid nemen. Vaak is er heel wat ‘rouwarbeid’ nodig om wat geweest is een plaats te geven. Nu zal het een pijnlijke herinnering blijven. Geliefden deelden een groot stuk van leven met u. U was met hen vergroeid. Het verdriet en de eenzaamheid blijven, soms maanden lang, na zo’n stille uitvaart. Het afscheid weegt zwaarder door. Het is alsof het leven dreigt stil te vallen. Soms proberen we dapper voort te doen. ‘Je moet wel’: zeggen mensen dan.

Deze Allerzielenviering, met allen samen in de kerk, kan een moment zijn om het verdriet te doorleven en het een plaats te geven in de inwendigheid van je hart. Meestal verkies je er niet teveel over aangesproken te worden, maar nu, samen met alen die de pijn van een afscheid dragen moeten, kan het helend zijn. Met dit ritueel raken we aan onze wortels: onze ouders en grootouders leerden ons te bidden en ze leerden ons ook hoe ze met dat gebed volhielden in tijden van armoede en crisis. Als wij bidden, zo leefden ze ons voor, dan zijn we verbonden met hen en mogen we dat existentiële gevoel ervaren: we zijn niet alleen en we delen iets dat groter is dan onszelf. Dat geeft bij alle eenzaamheid en bij het afscheid in beperkte kring, waar we zelfs niet eens een knuffel mochten geven, hoop en troost. Als onze ouders of grootouders moeilijke tijden in geloof hebben doorstaan, dan kunnen wij dat ook. Is dat niet het wonder van de kleine goedheid, om door het ritueel van het gebed thuis te komen bij jezelf, bij de ander en bij God?

Natuurlijk blijven er ook mooie dingen in je leven. Misschien is er reeds wat ruimte om die te ontvangen, om die echt terug te zien. ‘Tel je zegeningen en wil ze gedenken!’ Ze zullen je helpen om wederom intenser te leven: te zien, te ruiken, te voelen, te wenen, te lachen en lief te hebben. Er is zoveel dat ons zomaar gegeven wordt. Er blijft zoveel dat we zomaar voor een ander kunnen betekenen. Dan is de vraag niet langer ik gericht: ‘Wat heb ik aan het leven? maar, wat kan ik aan het leven geven?’ Het zijn woorden van hoop, die telkens gebeden worden in de eucharistie. Het zijn woorden die ons wederom doen leven.

 

Wat we dit jaar niet konden doen: zorgvuldig en met attentvolle aandacht voor elkaar afscheid nemen van dierbare mensen willen wij nu met Allerzielen bijzonder doen. Laten we samen, zoals we belijden in de eucharistie: dankbaar gedenken van Jezus en van allen die Hem en ons dierbaar zijn en ons zijn voorgegaan. Wij kunnen het beamen als een klein teken van hoop.

.

Deken Antoon

De bezinning op de begraafplaats kan dit jaar niet doorgaan, we zijn er wel aanwezig met een symbool en bezinningsteksten voor wie dat wenst